Zoals bij alle sportdisciplines gebruikt ook de wielrenner meerdere spieren in zijn lichaam. Tijdens trainingen en trainingen worden namelijk verschillende delen van het lichaam bewerkt. Of het nu gaat om de bovenste ledematen of andere delen van het lichaam, fietsen blijft een sport waarbij u uw spieren kunt bewegen, maar ook verschillende delen van uw lichaam kunt verzorgen.
Triceps, biceps en schouderspieren

Bij het fietsen worden in principe de spieren aan de binnenkant van de arm getraind, met name de triceps, de spieren die de extensie van de onderarm mogelijk maken. Deze sportdiscipline biedt ook de mogelijkheid om de spieren van het voorste gezicht te gebruiken, met name de lange biceps en de korte biceps. Fietsen is ook de perfecte bondgenoot voor het trainen van de schouderspieren, vooral de deltaspieren, de trapezius, de serratus major en de hoekspieren.
Dijen, bilspieren en kuiten
Uiteraard stimuleert deze sport de quadriceps van de dij. In dit gebied traint fietsen dus deze vier spieren, namelijk de vastus lateralis, de vastus intermedius, de vastus medialis en de vastus femoris. Trainen op de fiets zou ook de hamstringspieren stimuleren: de biceps femoris, de semimembranosus en de semitendinosus. De kuit levert zeker de meeste inspanning om je fiets vooruit te krijgen.
Rug, buik en borst
Naast de vele hierboven genoemde spieren die tijdens het fietsen worden gebruikt, kun je met deze sport ook andere spieren stimuleren en trainen, zoals de buikspieren. Alle bewegingen tijdens het fietsen hebben immers invloed op de rectus abdominis, de interne en externe schuine buikspieren, maar ook op de dwarse buikspieren.
Uiteraard vergen fietsoefeningen ook inspanning van de rugspieren, vooral van de latissimus dorsi, trapezius en teres major.
Samenvattend: fietsen is duidelijk een zeer complete sport waarbij al je spieren worden getraind, of bijna!
Sportief,
Joris.